Hassan is 25 jaar en woont in Stichtse Vecht. Hij werkt fulltime op zzp-basis als pakketbezorger, spreekt ondertussen goed Nederlands en droomt van een toekomst waarin hij zijn eigen restaurant begint. Maar zijn weg naar Nederland, naar veiligheid en bestaansrecht, was lang, gevaarlijk en onvoorstelbaar. In dit verhaal vertelt Hassan open over zijn achtergrond, de redenen waarom hij vluchtte, zijn barre tocht naar veiligheid en hoe hij dankzij begeleiding van onder andere vrijwilliger Kees van MOmenz zijn leven opnieuw heeft opgebouwd.
Geen thuis in eigen land
Hassan groeide op in Saudi-Arabië in een gezin met acht kinderen. Door zijn Jemenitische afkomst had hij vanaf jonge leeftijd te maken met beperkingen. Elk familielid moest jaarlijks een fors bedrag betalen om er überhaupt te mogen blijven. Ook studeren was alleen mogelijk tegen extreem hoge kosten, wat voor zijn gezin nauwelijks op te brengen was. Toen Hassan tien jaar oud was, overleed zijn vader. De druk op het gezin nam daardoor sterk toe. Op school werd Hassan ondervraagd over de verblijfsstatus van zijn vader, alsof zijn aanwezigheid als kind ter discussie stond. Op jonge leeftijd werd het hem duidelijk dat hij nooit echt zou kunnen meedoen. Hij voelde zich er niet welkom en begon al als kind te dromen van een plek waar hij wél de ruimte zou krijgen om iets op te bouwen.
De droom van studeren
Op zijn achttiende kreeg Hassan een kans: een studentenvisum voor Turkije. Hij hoopte daar te kunnen studeren en opnieuw te beginnen. Maar ook daar zat het tegen. Door een misverstand kwam hij één dag te laat aan bij de universiteit, die hem vervolgens weigerde. Hij werkte daarna in de textiel: twaalf uur per dag voor slechts tweehonderd euro per maand. Langzaam ontstond het besef dat ook Turkije geen toekomst bood. Hij hoorde verhalen van anderen die via Griekenland naar Europa probeerden te komen. Hij twijfelde, maar wist dat stil blijven staan geen optie was.
Een barre tocht naar Europa
Wat volgde was een lange, slopende en vaak levensgevaarlijke reis. Hassan probeerde meerdere keren via de Turkse grens Europa binnen te komen, soms alleen, soms met anderen. Hij werd herhaaldelijk opgepakt, mishandeld, opgesloten in overvolle cellen en daarna teruggestuurd.
Dagenlang liep hij te voet zonder eten, sliep in moskeeën en vuilnisruimtes, en werd onderweg bestolen van alles wat hij had: telefoon, geld, jas. Bij een val van een hek, raakte zijn hand ernstig gewond; hij dacht even dat hij hem zou kunnen verliezen. Hij zag anderen mishandeld worden, hoorde honden blaffen en sirenes naderen terwijl hij zich in struiken verstopte. Toch gaf hij niet op.

Onder een bus, tussen hoop en wanhoop
Na meerdere pogingen kwam hij in Albanië en probeerde Hassan onder een rijdende bus naar Duitsland te vluchten. Samen met een vriend verstopte hij zich onder de bus, bij de wielen. Ze lagen urenlang klem, nauwelijks ademend, bang om ontdekt of verpletterd te worden. Zijn benen verkrampte, zijn hoofd bonsde. Elke bocht in de weg voelde als gevaar. Toen de bus in Duitsland stopte bij een tankstation, wist hij: dit was mijn kans. Hij had geen spullen meer, geen papieren, maar wel één ding dat niemand hem af kon nemen: de wil om te leven.
Aankomst in Nederland: eindelijk ademhalen
Via Duitsland kwam Hassan uiteindelijk in Nederland aan. Hij meldde zich bij Ter Apel en begon zijn asielprocedure. Daarna volgde een reeks opvanglocaties: Budel, Doorn en Wassenaar. Na maanden wachten kreeg hij zijn verblijfsstatus én een woning in Stichtse Vecht. De onrust maakte voorzichtig plaats voor rust en ruimte. En toen kwam Kees.
Een onverwachte bondgenoot
Via MOmenz kwam Hassan in contact met Kees, een vrijwilliger. In het begin dacht hij dat Kees van de gemeente was. Maar al snel bleek dat hij er niet was vanuit een functie of verplichting, maar gewoon als mens. Iemand die meedacht, hielp met post en papierwerk, vertaalde als het nodig was, en soms alleen langskwam om even te praten. Het contact voelde vertrouwd. Zonder druk, zonder oordeel. “Hij kwam niet om mij iets op te leggen,” zegt Hassan. “Hij kwam gewoon langs, soms alleen om even te praten. Dat was genoeg.”
Stappen vooruit
Dankzij de ondersteuning van vrijwilliger Kees en taalcoach Annelies voelde Hassan zich steeds zekerder. Hij leerde Nederlands, vond werk als pakketbezorger en begon langzaam na te denken over de toekomst. Misschien een opleiding. Misschien ooit een eigen zaak. En misschien ook zelf iets kunnen betekenen voor anderen.
Soms gaat hij op eigen initiatief met Kees mee om te tolken bij gesprekken. “Ik heb veel aan hem gehad,” zegt Hassan. “Als ik iets kan terugdoen voor iemand anders, doe ik dat graag.”
Trots op de weg die is afgelegd
Als je Hassan vraagt waar hij het meest trots op is, denkt hij even na. En dan zegt hij: “Dat ik ben doorgegaan. Dat ik niet heb opgegeven. Ik hou van de Hassan die mij hier heeft gebracht.” Hij ziet om zich heen mensen met vergelijkbare verhalen die het niet redden, die vastlopen. Hij beseft wat hij heeft overwonnen. En hoe belangrijk het was dat hij in Nederland mensen om zich heen had. “Ik heb hier hulp gekregen op het moment dat ik het nodig had. Dat zal ik nooit vergeten.”

Een speciale boodschap van Hassan
Hassan wil dat mensen begrijpen wat vluchtelingen doormaken. Dat het niet gaat om profiteren, maar om overleven. “Geef mensen tijd. Oordeel niet te snel. We willen alleen een kans.” Hij gelooft in stap voor stap vooruitgaan, zelfs als anderen zeggen dat het niet kan. “Je moet in jezelf geloven. Er komt altijd iets, als je blijft hopen en blijft proberen.”
Over Stichtse Vecht is hij dankbaar. “De mensen hier zijn aardig. We moeten met elkaar leven, elkaar helpen. Ik leer van jullie, en jullie van mij.”
