Rana (42) woont sinds ruim een jaar in Nederland. Na een periode in een AZC in Friesland kreeg ze vier maanden geleden samen met haar man en drie kinderen (18, 15 en 13) een woning in Maarssen. Het gezin vluchtte uit Syrië, waar de oorlog jarenlang hun dagelijks leven bepaalde. “In Nederland zijn aardige mensen,” vertelt ze. “En het allerbelangrijkste: hier zijn mijn kinderen veilig.”
Van bank naar vrijwilligerswerk
In Syrië werkte Rana vijftien jaar bij een bank, haar man had een juwelierszaak. Alles wat ze hadden, moesten ze achterlaten. “De zaak van mijn man is volledig leeggeroofd. Om te kunnen vluchten hebben we alles verkocht: ons huis, de auto, het huisraad. We namen alleen wat kleding mee.” De reis naar Nederland duurde een week, via Libanon. “We wisten niet wat ons hier te wachten stond.” Nu, in Maarssen, bouwt Rana aan een nieuw bestaan. Ze werkt als vrijwilliger bij Maria Dommer, waar ze meehelpt tijdens de activiteiten voor de bewoners. En via MOmenz helpt ze als tolk tussen Nederlands en Arabisch.. “Zo leer ik zelf ook veel.” Haar achtergrond in Engelse literatuur helpt haar bij het oppakken van de taal. “Het gaat goed, Ik leer de taal op de taalschool via het integratieprogramma van de gemeente, maar ook door mijn eigen inspanningen via sociale media, interactie met de gemeenschap, vrijwilligerswerk en het lezen van boeken.”

Het leven in Nederland
Het gezin kreeg na een jaar een verblijfsvergunning. “We moesten ons steeds opnieuw bewijzen en dat vond ik moeilijk. In Syrië had ik een goede baan en een opleiding, hier voelt het alsof je helemaal opnieuw moet beginnen.” Toch blijft ze positief en vastberaden. “Ik ben een doorzetter, gewend om hard te werken.” Haar kinderen passen zich snel aan: ze voetballen, werken enleren de taal in hoog tempo. Hun jeugd is getekend door oorlog. Hier kunnen ze eindelijk veilig opgroeien.
Verbinding met MOmenz
Via de gemeente kwam Rana in contact met Co, een vrijwilliger van MOmenz. “Die steun gaf ons een gevoel van welkom zijn. Veiligheid is het allerbelangrijkste. Vanuit die basis kunnen we vooruit.” Daarnaast is Rana een van de acht deelnemers van de pilot “Vrijwilligerswerk en Statushouders” een initiatief van MOmenz, in samenwerking met de gemeente Stichtse Vecht, Wijzer in Vrijwillige Inzet (WIVI) en Wijzer in Nederland (WiNL). De aanleiding: statushouders komen moeilijk aan betaald werk, terwijl ze vaak wél willen werken. Vrijwilligerswerk helpt hen om de Nederlandse taal te leren, een netwerk op te bouwen en actief deel te nemen aan de samenleving. De pilot richt zich op begeleiding naar vrijwilligerswerk dat past bij iemands talenten, vaardigheden en wensen.
De blik vooruit
Ondanks zorgen om haar familie, die nog in Syrië woont, probeert Rana vooruit te kijken. Ze volgt een inburgeringsprogramma van veertig uur per week en wil zich blijven ontwikkelen. “Niet alle vluchtelingen zijn hetzelfde. Ik hoop dat mensen zien dat we willen bijdragen en dat we hard werken om ons leven weer op te bouwen.”
