Jörgen van Hattem, fysiotherapeut in Maarssen, ziet het vaak gebeuren. Mensen die voorzichtiger worden. Minder bewegen. Twijfelen bij elke stap. “En dan hoor ik: ‘Ik wil niet vallen’,” vertelt hij. “Maar eigenlijk zijn ze al begonnen met zichzelf te beperken.”
Wat veel zorgprofessionals herkennen: het moment waarop iemand nét begint terug te trekken. Nog geen acute zorgvraag, maar wel waar duidelijk het risico begint. “Dat is precies het moment waarop je iets kunt doen.”
Vallen is geen klein probleem meer
De cijfers laten zien hoe groot het vraagstuk is geworden. In 2024 ging het om 119.000 SEH-bezoeken na een val. Meer dan 38.000 ouderen werden opgenomen in het ziekenhuis.
“En dat zijn niet alleen cijfers,” zegt hij. “Dat zijn mensen die hun zelfstandigheid verliezen.”
De impact is groot — ook op het zorgsysteem.
Valincidenten zorgen voor ongeveer €1,5 miljard aan zorgkosten per jaar, en dat loopt de komende jaren verder op door vergrijzing. “Als we niets doen, blijft dat stijgen. Maar het goede nieuws is: we kunnen dit beïnvloeden.”
Het probleem zit niet in motivatie, maar in bereik
Wat Van Hattem opvalt, is dat veel ouderen best wíllen bewegen. “Alleen: ze komen vaak pas in beeld als het al mis is gegaan.”
Hoewel steeds meer ouderen bekend raken met het valpreventieaanbod in de gemeente, doen nog relatief weinig ouderen mee aan een cursus.
“Daar ligt echt een kans,” zegt Van Hattem. “Juist de huisarts, praktijkondersteuner of wijkverpleegkundige kan op het juiste moment dat kleine zetje geven.”
Kleine interventie, groot effect
In de Balanscursus ziet Van Hattem wat er gebeurt als mensen wél op tijd instappen. “Het gaat niet om topsport. Het gaat om vertrouwen terugkrijgen.”
Volgens Van Hattem begint valpreventie niet bij een cursus, maar bij signaleren. “Zie je iemand die minder beweegt? Die onzeker wordt? Dan is dat het moment.”
De landelijke ketenaanpak benadrukt diezelfde stappen:
signaleren → risico in kaart brengen → interventie → blijven bewegen.
De rol van de verwijzer
Voor zorgprofessionals is de impact van een verwijzing groter dan vaak gedacht.
“Voor iemand zelf is die stap best groot,” legt Van Hattem uit. “Maar als een huisarts of praktijkondersteuner zegt: dit is goed voor je — dan gebeurt het wél.”
Wanneer verwijzen naar MOmenz? Bij laag en matig valrisico. De patiënt merkt dat hij/zij minder balans heeft, minder gaat bewegen, banger wordt om te vallen. De patiënt kan zichzelf aanmelden via www.doedeflamingo.nl
Indien de patiënt al meerdere keren gevallen is en/of balansverstoringen heeft, dan is er sprake van hoog valrisico. De verwijsinstructie is dan als volgt:
3c. Hoog valrisico
- Meld de cliënt aan voor een valanalyse via VIP live.
- Huisartsen sturen een VIP live verwijzing naar een van de fysiopraktijken met valanalisten
- Geef de informatiefolder ‘Valanalyse’ mee aan de cliënt.





