Op vrijdag 24 april, de laatste werkdag voor de verjaardag van de koning, kwamen jong en oud samen in de Grote Kerk in Loenen om getuige te zijn van de uitreiking van koninklijke onderscheidingen aan vrijwilligers die zich op allerlei manieren voor anderen inzetten.
Bij binnenkomst klonk er pianomuziek, er was koffie, thee en oranjemuffins, en de kerk was versierd met rode, witte, blauwe en oranje ballonnen. Na een korte introductie en wat huishoudelijke mededelingen kwamen de decorandi onder luid applaus de kerk binnen.
Er werden wel twintig onderscheidingen uitgereikt aan stille krachten die de bereidheid hebben om zich in te zetten voor een ander, zoals burgemeester Ap Reinders dat verwoordde.
“Zonder vrijwilligers zouden veel culturele, sportieve of andere verenigingen simpelweg niet bestaan.”
Met zo’n lintje wordt een vrijwilliger benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau. Een plechtige manier om te laten zien dat vrijwillige inzet wordt gezien, erkend en gewaardeerd. En terecht, want vrijwilligers vormen het fundament waarop we kunnen bouwen.
De inzet van Wim
Ook Wim mag zich nu Lid in de Orde van Oranje-Nassau noemen. Hij is al jaren vrijwilliger bij Slachtofferhulp Nederland, regio Utrecht. Daarnaast is hij op nog meer plekken actief als vrijwilliger. Ook bij MOmenz, waar hij als taalcoach mensen die nieuw zijn in Nederland ondersteunt bij het leren van de taal en betrokken is bij het taalcafé. Hij organiseert ook wandelingen in Utrecht voor vrijwilligers. Omdat Wim tot het allerlaatste moment niet wist dat híj een lintje zou krijgen, stond er gewoon een wandeling gepland op diezelfde middag. Hij vroeg nog aan de burgemeester of ze wel op tijd klaar zouden zijn, want hij wilde niet te laat komen. Toen hij erachter kwam dat hij het lintje zelf in ontvangst mocht nemen, heeft hij de wandeling afgezegd. Gelukkig vonden de deelnemers dat gezien de reden geen enkel probleem.
Toen ik aan Wim vroeg wat hem zo motiveert om al die verschillende dingen te doen, was het antwoord kort:
“Niet achter de geraniums zitten.”
Maar gedurende ons gesprek bleek dat Wim er vooral heel veel plezier uithaalt. Hij vindt taal heel interessant en het Nederlands is erg ingewikkeld. “Leg het maar eens uit,” begint hij. “Neem nou het eerste couplet van het Wilhelmus dat we net zongen. Een Nederlander snapt al niet waar het op slaat. Of deze zin: De regent ziet dat het regent.” Hij noemt de taal een puzzel en leert er zelf ook steeds nieuwe dingen over door er zo mee bezig te zijn.
Hoewel hij de lintjes en de hele ceremonie een beetje onzin vindt, voelt hij zich wel vereerd dat Slachtofferhulp en MOmenz op deze manier hun waardering uiten.




