Taal is overal, ook op de werkvloer. In gesprekken bij het koffieapparaat, tijdens vergaderingen, in e-mails of in rapporten komen geregeld woorden en uitdrukkingen voorbij die niet voor iedereen vanzelfsprekend zijn. Vakjargon, spreekwoorden of lange samengestelde woorden kunnen lastig zijn – zelfs voor mensen die al jaren in Nederland wonen. Vanuit die gedachte startte MOmenz met het initiatief Taalbuddy’s op de werkvloer. Het idee is eenvoudig: collega’s koppelen die elkaar helpen om de Nederlandse taal in de werkcontext beter te begrijpen én gebruiken. Kleine gesprekken, grote impact.
Het ontstaan van het initiatief
Rianne, taalcoördinator bij MOmenz, vertelt hoe het idee ontstond: “Marloes (projectleider Wijzer in Nederland) en ik zagen de betrokkenheid van Koningin Máxima bij het landelijke programma van ‘Het Begint met Taal’ en dachten: practice what you preach. Wij begeleiden mensen die hun taalvaardigheid willen verbeteren – dan is het logisch om daar intern ook ruimte voor te maken.”
Samen met collega’s werd onderzocht hoe het landelijke concept van taalbuddy’s toegepast kon worden binnen MOmenz. “Het mooie is dat je het laagdrempelig kunt organiseren,” legt Rianne uit. “Je hoeft geen ingewikkelde cursussen op te tuigen. Gewoon een uurtje per week, waarin je kijkt waar de behoefte ligt en samen in gesprek gaat.”
Taalbuddy’s in de praktijk
Er gingen meerdere duo’s van start, elk met hun eigen insteek. Mohammad, die Nederlands als derde taal spreekt, wilde vooral zijn grammatica verbeteren. Cemile wilde meer vaktaal leren om zich zekerder te voelen in gesprekken. Een andere collega richtte zich op het beter begrijpen van werkstructuren.
Mohammad vertelt: “Mijn grootste doel was om grammatica te verbeteren. Spreken gaat wel, maar schrijven vond ik lastig. Samen met Inge hebben we veel geoefend. We deden taaltesten via www.beterspellen.nl en bespraken moeilijke woorden.” Zijn taalbuddy Inge vond het traject net zo leerzaam: “Ik hou van taal en vind het mooi als iemand een stap verder komt. Maar het is niet alleen brengen – je haalt er zelf ook veel uit. Het houdt je scherp.”
Ook Cemile had een duidelijke motivatie: “Ik hoor tijdens overleggen veel nieuwe woorden en afkortingen. Dan wilde ik niet altijd vragen wat iets betekent. Met Maysa kon ik dat rustig bespreken. Zij gaf voorbeelden, waardoor het beter bleef hangen.” Maysa, communicatiemedewerker bij MOmenz, vult aan: “Het was bijzonder om Cemile niet alleen als collega, maar ook als mens beter te leren kennen. En je beseft dat Nederlands soms best een ingewikkelde taal is.”
De kracht van verbinding
Naast taalvaardigheid, leverde het traject nog iets op: meer verbinding op de werkvloer. Rianne: “Ik vond het mooi om te zien hoe we elkaar op een andere manier leerden kennen. Taal is een middel, maar de gesprekken gingen soms ook over cultuur, werkervaringen en privé.”
Cemile verwoordde het treffend: “Je leert elkaar beter begrijpen. Taal is eigenlijk eindeloos, als een oceaan. Hoe dieper je duikt, hoe meer je ontdekt.”
Ruimte voor reflectie
Tijdens het traject werd duidelijk dat taalbuddy’s voor meer collega’s relevant kunnen zijn dan je op het eerste gezicht zou denken. Ook wie Nederlands als moedertaal heeft, kan tegen barrières in communicatie aanlopen – bijvoorbeeld door vakjargon, afkortingen of formuleringen die binnen een ander vakgebied net even anders worden gebruikt.
Rianne merkte hoe belangrijk het is om daar oog voor te hebben: “Als je de context goed kent, voel je vaak aan wat belangrijk is om te begrijpen én wat niet. Maar als je dat referentiekader nog niet hebt, lijkt álles even belangrijk – en dat kost energie.”
Wat levert het op?
De opbrengsten zijn volgens de deelnemers groot. Mohammad merkt dat hij nu woorden als ‘bombarie’ en uitdrukkingen zoals ‘iets zit in de pijplijn’ beter begrijpt en gebruikt. Cemile voelt zich zekerder in vergaderingen: “Ik kan beter actief luisteren, omdat ik meer woorden herken.” Maysa: “Dit traject heeft mij meer inzicht gegeven in taalondersteuning, mijn collega’s, de organisatie en mijn eigen taalgebruik.”
Inge benadrukt ook de winst in maatschappelijke betrokkenheid: “Steeds meer organisaties worden geacht om iets te doen op sociaal-maatschappelijk gebied. Dit is een hele eenvoudige manier. Het kost niet veel tijd of geld, maar je maakt echt verschil en je krijgt er veel voldoening van.”
Cemile voegde hier nog aan toe: “Als je zo iemands leven kunt beïnvloeden met een uurtje per week, is dat heel speciaal”.
Ook aan de slag met Taalbuddy’s op de werkvloer?
Voor wie inspiratie zoekt, is er landelijk materiaal beschikbaar via Het Begint met Taal. Rianne: “Het hoeft niet ingewikkeld te zijn, en je hoeft het niet allemaal zelf opnieuw uit te vinden. Er is genoeg inspiratie en materiaal om mee aan de slag te gaan.”
